Altijd te dik (maar niet in Suriname)

Hoe dichter onze vertrekdatum naderbij komt hoe meer ik ga eten. “Nu kan het nog!” roep ik. Op het hysterische af verorber ik een extra grote portie bami, een bakabana met “pinda” en een mierzoete frisse dawet. De kiloknaller kan niet uitblijven. Zwarte cijfers en streepjes roetsjen omhoog als ik mijn voeten één voor één op de weegschaal plaats. Genadeloos wijst het ding mij op de stand van zaken. Met één voet schuif ik hem onder mijn bed. Ooit, rond mijn twaalfde, schreef ik als laatste zin van een gedichtje: “Ik wou dat ik je wég kon gooien weegschaal!”

Ruim veertig jaar later staat ie nog steeds onder mijn bed en vind ik mijzelf nog altijd te dik. Het warme voorjaar joeg mij al schrik aan. Ik was nog lang niet klaar voor een korte broek, laat stáán een zomerjurk. Met afgrijzen keek ik naar de enorme bolling onder mijn shirt. Zuchtend keerde ik mij van mijn spiegelbeeld af en stapte de zonnige wereld in. Een buurtgenoot met haar twee hondjes liep mij tegemoet langs de kade.

“Weertje hè?”

Opende ze het sociale Nederlandse ritueel? Ik fantaseer weleens dat we bij elkaar op de koffie gaan, haar naam durfde ik niet nog een keer te vragen. Ze lijkt me een gevoelige vrouw.

“Hé hallo, ja heerlijk,” antwoordde ik.

“Wie heeft er nu al op de zomer gerekend?” Niet wetende dat deze temperaturen een lachertje waren bij de meedogenloze hitte die ons nog te wachten stond. Moedeloos pakte ze met beide handen haar vetrollen beet en maakte twee korte bewegingen op en neer. Halsbandparkieten leken ons toe te schreeuwen en vlogen rondjes boven onze hoofden. Het gordijn met duizenden lichtgroene jonge blaadjes van de treurwilg schitterde op het grachtwater. Een gele brem geurde in zoete slierten argeloos de verzengende zomer tegemoet. Het was een extreem mooie lenteochtend.

“Minstens tien kilo…,” ze tuitte haar lippen en blies hard haar adem uit, begripvol knikte ik haar toe.
“Ik begrijp wat je bedoelt.” Meelevend keken we elkaar aan maar wisten er niets zinnigs aan toe te voegen. Zodra Nederlandse temperaturen stijgen en de “r” uit de maand is, krijgen veel mensen het op hun vetheupen.

Het was een drukke zomer. In onbewaakte ogenblikken was ik mijn figuur zelfs dusdanig vergeten dat ik aan accepteren niet eens toe hoefde te komen. De tropische temperaturen dwongen mij in nauwelijks bedekkende jurkjes en regelmatig stak ik mijn kop in een of ander zandstrand.

Af en toe sloeg ik een taartje of glaasje wijn af met de woorden: “Nee dank je, ik let een beetje op.” Het hoofd biedend aan de monsterende blikken.

In Suriname schijnt meestal de zon en is het altijd warm. In mijn vaders land voel ik mij totaal niet bezwaarlijk over mijn BBB. Hoe het precies in mijn hoofd werkt weet ik niet – vergeef me de generalisatie – maar de Surinaamse vrouw is een groot voorbeeld voor mij. Mijn gevoel is dat ze haar lichaam draagt met trots en opgeheven hoofd. Of ze nu een maatje minder of meer heeft. Schertsend en liefkozend tegelijk worden billen aan de maat “Surinaamse wapens” genoemd. Dat heeft een aanstekelijk effect, ik mag er zijn! Ook met dikke billen.

In Suriname lóóp ik rechtop, draag ik met overtuiging een strakke broek en wieg lillend door de straten en langs de Waterkant – een beroemde uitgaansplek langs de Surinamerivier in Paramaribo. Als ik een bekende tegenkom schudden we handen in plaats van vetkwabben, geven we een brasa in plaats van drie zoenen. Een weegschaal heb ik daar helemaal niet nodig. Het is wel even wennen om je zelfvertrouwen te behouden met een volumineus lichaam.

Een nichtje met een maatje meer vertelt het zo: “De eerste keer dat ik in Suriname kwam liep ik een keer langs de Waterkant. Een man liep mij tegemoet en zei: Hé, schatje, psst, saaáng, je bent móói hoor. Ik stak mijn neus verticaal de lucht in en keurde de complimentengever geen blik waardig. Nadat hij mij gepasseerd had en kennelijk nog een keer had omgekeken riep hij luidkeels: “Wát? Schatje? Niet één keer schatje maar duizendmaal schatje!”

Tegen dergelijke complimenten was zelfs mijn quasi koele nicht niet opgewassen, en er brak – onzichtbaar voor de charmeur uiteraard –  een vergenoegde glimlach door op haar gezicht.

In Nederland is de r weer in de maand, de zomer doet een laatste uithaal naar de herfst. Binnenkort pakken we de boel weer in en lopen de sportschool plat. Ik kan niet wachten tot het weer voorjaar wordt. Of een reisje kan boeken naar Suriname.