Verdacht

Ping!

“Heb je mijn uitnodiging gezien? Ga je mee? Het is een première, alleen voor genodigden, op het Nederlands filmfestival, de belangstelling is groot.” De app was duidelijk en bovendien had ik mijn vriend R. al een tijdje niet gezien, een goeie gelegenheid om bij te praten.

Utrecht was gezellig, de septemberzon scheen uitbundig. Mijn vriend zag een bekende, ze slaan elkaar amicaal op de rug. “Weet je dat we nu ook al geen blank meer mogen zeggen?” opende de bekende schaterend het gesprek. Mijn vriend is een donkere Surinaams Nederlandse man, iets aan de zware kant, en bijna twee meter lang. Goeie kop, een groot rond gezicht, zware wenkbrauwen en donkerbruine ogen die – al doet hij nog zo zijn best om serieus te kijken – altijd lachen. Zijn kin herbergt een aandoenlijk kuiltje. Ik hou van zijn zware stem en bulderende lach. Een bijna schuchtere lach kwam er nu voor in de plaats, wat moet hij anders? Ontwijken, er niet op ingaan, het is bekend terrein.

Een bejaarde dame die de opmerking opving, keek mij aan met een vurige blik en zei: “Wát moeten we dan in Godsnaam tegen jullie zeggen?” Ik had die vrouw nog nooit in mijn leven gezien.

“Goedemiddag, gezellig.” zei ik, “gaat u ook naar de documentaire?” Dat bleek zo te zijn.

Ondanks de titel “Verdacht” schuifelde ik neutraal en goedgemutst de knusse filmzaal in, ik had me vooraf niet verdiept en liet me verrassen. De verrassing kwam hard aan.

Nan Rosens, de documentairemaakster, leidde de film in. Het bleek te gaan om etnisch profileren door de politie. De veertien personen die werden geïnterviewd in de film zouden hun ervaringen vertellen. Opeens bekeek ik de politieman in uniform, die een paar rijen voor mij in het publiek zat, met nieuwe ogen. Zijn werkgever ging er niet goed van afkomen, zoveel werd wel duidelijk uit de inleiding. De film begon. De portretten van de personen werden indringend neergezet en namen me mee in een sluipende emotie. Wat begon als een trilling ontwikkelde zich tot een fnuikende tsunami die nog dagen zou voortduren.

Zomer 1977 er wordt hard op de voordeur gebonkt. De vroege ochtend schemert. Weer hoor ik klappen op de voordeur. Het volgende moment geschreeuw en voeten die de trap op bonken. Ik kijk uit het raam en zie drie politieauto’s en een politiebusje staan in onze straat. Het volgende moment zie ik nog net hoe mijn broer hardhandig in een politieauto geduwd wordt. In mijn herinnering heeft hij nauwelijks tijd om zich aan te kleden en is zijn bovenlijf bloot. Hij is zeventien of achttien jaar. Een paar uur later kon mijn moeder hem ophalen van het politiebureau in Mijdrecht. Reden van aanhouding? Een vrouw had mijn broer “herkend” als dader van een vergrijp. Alleen, hij was het niet. “Jullie lijken allemaal op elkaar.” Daarmee was de kous af, excuses werden er niet gemaakt.

Op een dag komt mijn broer voorrijden in een stoere opzichtige Amerikaanse bak. Lichtblauw met witte strepen op de zijkanten, glimmende chromen velgen en een glimmend houten dashboard. De achterbank en stoelen waren bekleed met rood leer. De auto had hij gekocht met een van zijn beste vrienden. Trots als pauwen reden ze door de straten van Uithoorn en langs de grachten van Amsterdam. Nog geen twee maanden later verkopen ze het brullende monster. Tientallen aanhoudingen en vele bekeuringen later was de lol er wel af.

Een neefje wordt aangehouden voor zijn huis, een vrijstaande bungalow. Surveillerende politie voelt hem aan de tand. “Wat doe je hier?” “Ik woon hier!” De politieagenten geloven hem niet en hij moet praten als brugman omdat hij zich niet direct kan legitimeren.

Deze en nog veel meer herinneringen tuimelden door mij heen. De meesten slechts in contouren vergezeld van een benauwd gevoel. Het is precies deze beklemming die als een reuzenhand om mijn keel lag, na het zien van de documentaire “Verdacht”. Veertig jaar later is er nog weinig veranderd.

Ontluisterend vond ik het relaas van de politieman – toen al inspecteur – die door zijn eigen collega’s regelmatig werd aangehouden en zich moest legitimeren. “Pap, waarom doen ze zo moeilijk jij bent toch ook bij de politie?” vroeg zijn zoontje vanaf de achterbank. Hij kon zijn emotie niet onderdrukken toen hij probeerde uit te leggen wat de vernedering en machteloosheid met hem heeft gedaan. Het was schokkend en pijnlijk om geconfronteerd te worden met ervaringen van jongens, mannen en vaders die een aanhouding zagen als hun lot, iets wat er nu eenmaal bij hoort.

Het licht ging aan in de muisstille zaal. De filmmaakster liep naar voren en verbrak de stilte met een dankwoord. Ze vertelde dat zij, Jair Schalkwijk en Dionne Abdoelhafiezkhan, van de burgerrechtenorganisatie Controle Alt Delete waarmee ze de docu samen maakte, én de personen uit de film in de bar aanwezig zouden zijn om met elkaar te praten en te delen. ‘Dat is hard nodig,’ zei ze terwijl ze met een bezorgde blik de zaal inkeek, ‘het is niet niks wat je gezien hebt en het kan helpen om met elkaar te praten.’ Het leek wel Stichting Korrelatie live.

Op 10 december (2018) werd de documentaire voor het eerst vertoond op de Nederlandse televisie, NPO2. Mocht je via “Uitzending gemist” gaan kijken, herinner je dan de woorden van Nan: “Het is niet niks” wat je gaat zien.

https://www.uitzendinggemist.net/aflevering/458269/2doc.html

 

v.l.n.r. Reginald Elstak, Sydney Mutueel (in doc) rechts van mij Giovanni Adriaanse (in doc)

 

Altijd te dik (maar niet in Suriname)

Hoe dichter onze vertrekdatum naderbij komt hoe meer ik ga eten. “Nu kan het nog!” roep ik. Op het hysterische af verorber ik een extra grote portie bami, een bakabana met “pinda” en een mierzoete frisse dawet. De kiloknaller kan niet uitblijven. Zwarte cijfers en streepjes roetsjen omhoog als ik mijn voeten één voor één op de weegschaal plaats. Genadeloos wijst het ding mij op de stand van zaken. Met één voet schuif ik hem onder mijn bed. Ooit, rond mijn twaalfde, schreef ik als laatste zin van een gedichtje: “Ik wou dat ik je wég kon gooien weegschaal!”

Ruim veertig jaar later staat ie nog steeds onder mijn bed en vind ik mijzelf nog altijd te dik. Het warme voorjaar joeg mij al schrik aan. Ik was nog lang niet klaar voor een korte broek, laat stáán een zomerjurk. Met afgrijzen keek ik naar de enorme bolling onder mijn shirt. Zuchtend keerde ik mij van mijn spiegelbeeld af en stapte de zonnige wereld in. Een buurtgenoot met haar twee hondjes liep mij tegemoet langs de kade.

“Weertje hè?”

Opende ze het sociale Nederlandse ritueel? Ik fantaseer weleens dat we bij elkaar op de koffie gaan, haar naam durfde ik niet nog een keer te vragen. Ze lijkt me een gevoelige vrouw.

“Hé hallo, ja heerlijk,” antwoordde ik.

“Wie heeft er nu al op de zomer gerekend?” Niet wetende dat deze temperaturen een lachertje waren bij de meedogenloze hitte die ons nog te wachten stond. Moedeloos pakte ze met beide handen haar vetrollen beet en maakte twee korte bewegingen op en neer. Halsbandparkieten leken ons toe te schreeuwen en vlogen rondjes boven onze hoofden. Het gordijn met duizenden lichtgroene jonge blaadjes van de treurwilg schitterde op het grachtwater. Een gele brem geurde in zoete slierten argeloos de verzengende zomer tegemoet. Het was een extreem mooie lenteochtend.

“Minstens tien kilo…,” ze tuitte haar lippen en blies hard haar adem uit, begripvol knikte ik haar toe.
“Ik begrijp wat je bedoelt.” Meelevend keken we elkaar aan maar wisten er niets zinnigs aan toe te voegen. Zodra Nederlandse temperaturen stijgen en de “r” uit de maand is, krijgen veel mensen het op hun vetheupen.

Het was een drukke zomer. In onbewaakte ogenblikken was ik mijn figuur zelfs dusdanig vergeten dat ik aan accepteren niet eens toe hoefde te komen. De tropische temperaturen dwongen mij in nauwelijks bedekkende jurkjes en regelmatig stak ik mijn kop in een of ander zandstrand.

Af en toe sloeg ik een taartje of glaasje wijn af met de woorden: “Nee dank je, ik let een beetje op.” Het hoofd biedend aan de monsterende blikken.

In Suriname schijnt meestal de zon en is het altijd warm. In mijn vaders land voel ik mij totaal niet bezwaarlijk over mijn BBB. Hoe het precies in mijn hoofd werkt weet ik niet – vergeef me de generalisatie – maar de Surinaamse vrouw is een groot voorbeeld voor mij. Mijn gevoel is dat ze haar lichaam draagt met trots en opgeheven hoofd. Of ze nu een maatje minder of meer heeft. Schertsend en liefkozend tegelijk worden billen aan de maat “Surinaamse wapens” genoemd. Dat heeft een aanstekelijk effect, ik mag er zijn! Ook met dikke billen.

In Suriname lóóp ik rechtop, draag ik met overtuiging een strakke broek en wieg lillend door de straten en langs de Waterkant – een beroemde uitgaansplek langs de Surinamerivier in Paramaribo. Als ik een bekende tegenkom schudden we handen in plaats van vetkwabben, geven we een brasa in plaats van drie zoenen. Een weegschaal heb ik daar helemaal niet nodig. Het is wel even wennen om je zelfvertrouwen te behouden met een volumineus lichaam.

Een nichtje met een maatje meer vertelt het zo: “De eerste keer dat ik in Suriname kwam liep ik een keer langs de Waterkant. Een man liep mij tegemoet en zei: Hé, schatje, psst, saaáng, je bent móói hoor. Ik stak mijn neus verticaal de lucht in en keurde de complimentengever geen blik waardig. Nadat hij mij gepasseerd had en kennelijk nog een keer had omgekeken riep hij luidkeels: “Wát? Schatje? Niet één keer schatje maar duizendmaal schatje!”

Tegen dergelijke complimenten was zelfs mijn quasi koele nicht niet opgewassen, en er brak – onzichtbaar voor de charmeur uiteraard –  een vergenoegde glimlach door op haar gezicht.

In Nederland is de r weer in de maand, de zomer doet een laatste uithaal naar de herfst. Binnenkort pakken we de boel weer in en lopen de sportschool plat. Ik kan niet wachten tot het weer voorjaar wordt. Of een reisje kan boeken naar Suriname.

 

Steunpilaren – Stonfutu

Een tijdje woonde mijn oudste neef bij ons in Amsterdam-Noord. Het was zijn eerste woonadres in Nederland. Hij was zo dun als een bonenstaak, met een hoge afro op zijn langwerpige hoofd die een versterkend effect had op zijn toch al reusachtige verschijning. Hij joeg ons – ik was vijf jaar, mijn zusje anderhalf jonger – regelmatig de stuipen op het lijf wanneer wij naar bed gingen. Fris gepoetst en gebaad lagen we vol spanning in onze bedjes. We wisten wat er stond te gebeuren en toch overviel ons het moment dat hij onze kamer binnenkwam. Hij maakte snuivende onheilspellende geluiden, trok zijn mondhoeken uiteen met zijn duimen, en stak tegelijkertijd zijn beide wijsvingers in zijn neusgaten om deze zo wijd mogelijk open te zetten. Het hoogtepunt van dit griezelstukje was wanneer hij met rollende ogen in een spokendraf op ons af kwam. Het sein om keihard te gillen en ons diep onder de dekens, tevergeefs, te verstoppen. Hij gaf ons de kieteldood die ons de tranen over de wangen deed rollen, een zoute mengeling van angst en gelukzaligheid.

Na mijn eerste reis naar Suriname bezoek ik hem en zijn gezin om verslag te doen. Mijn zoon nestelt zich op zijn schoot om mee te kijken naar de video die ik speciaal voor mijn neef heb gemaakt. Sinds zijn aankomst in Nederland eind zestiger jaren is hij niet meer terug geweest naar zijn geboorteland. Als ik hem vraag wat de reden daarvan is doet hij dat af met: ‘Ik heb daar niets meer te zoeken. Ik ga liever naar Spanje.’
De film brengt hem terug naar zijn jeugd in Moengo. Zijn ogen glinsteren van emotie. Een jeugdvriend doet hem via de camera een dramatisch verzoek: ‘Kom naar Sranan, kom naar Suriname. Voordat ik dóódga.’ Zoonlief leeft intens mee en zegt iets waarbij hij mijn neef bij zijn voornaam noemt. De neusgaten van mijn neef beginnen te trillen en worden net als in mijn kinderjaren heel wijd, zijn vingers heeft hij daar kennelijk niet meer bij nodig. Als een bariton dondert hij: ‘Oom! Ik ben oom voor jou!’

Mijn zesjarige mannetje kreeg een lesje Surinaamse normen en waarden, waar hij het nu nog over heeft.

Zou het mij geholpen hebben? Had ik dichter bij mijn Surinaamse wortels kunnen komen als ik de normen en waarden, die bij een cultuur horen, met de paplepel ingegoten had gekregen?

Ongetwijfeld had het mij enige ongemakkelijke situaties bespaard. Zoals die keer dat ik was uitgenodigd om een gastcollege te geven aan bachelor studenten Nederlands aan de Anton de Kom Universiteit in Paramaribo. Speciaal voor de gelegenheid had ik mijn linnen bermuda van een duur merk aangetrokken. Een bijpassend jasje en dichte schoenen met een klein sleehakje maakten het helemaal af. Toen mijn tante mij kwam halen sloeg ze verschrikt de handen voor haar mond. Van de weeromstuit bleef ik een seconde stokstijf staan.
‘Je gaat naar de universiteit met blote bénen?’ Haar verontruste reactie bracht me een kort moment van mijn stuk. Ineens begreep ik waarom ik zoveel vrouwen in panty’s zag lopen ondanks de tropische hitte. ‘Ik heb wel een broek maar die is niet echt netjes …’ Mijn stem klonk meelijwekkend hulpeloos en ik voelde mij bijzonder stom.

Mi Gado! Je kunt zo niet naar de universiteit. In geen enkel officieel gebouw kun je met blote benen lopen. Je wist het niet, nóh?’

Gelukkig heeft ze kunnen voorkomen dat ik een slecht figuur zou slaan bij de studenten én bij alle radio- en tv-studio’s die ik naar aanleiding van mijn boek nog zou bezoeken. Ik snelde naar mijn appartement om terug te komen in mijn simpele grijze stretchbroek.

Mijn neef en mijn tante leerden mij over mijn Surinaamse roots. Zij gaven mij een referentiekader. Bij wijze van spreken vormen zij mijn steunpilaren, stonfutu – spreek uit stongfoetoe – geen garantie dat ik nooit meer een flater sla of de plank missla, maar ze helpen wel en geven mij een stevig gevoel dat ik tot op de dag van vandaag voel groeien.

De enige mensen zijn zij niet die mij op een of andere wijze een duwtje hebben gegeven in een richting die ik kennelijk te gaan heb. Er zijn ook steunpilaren van een heel ander niveau. Vaak weet je niet eens dat zij die functie voor je hebben. Omdat ze ver weg zijn maar toch dichtbij. Zoals Queen of soul Aretha Franklin. Haar muziek hoorde bij mijn opvoeding als een bruine boterham met kaas. Ze heeft mij vergezeld in de liefde of het verdriet ervan en op mijn feestjes was haar stemgeluid altijd te horen. Zij is gaan hemelen maar gelukkig kan ik altijd op haar muziek terugvallen.

Een Stonfutu van wereldformaat.

Met Jerry Dewnarain, docent Nederlands aan de Universiteit Anton de Kom te Paramaribo

Klik hier om mijn blogs te ontvangen. 

Onverwacht bezoek

Vannacht heb ik met haar gesproken, of liever gezegd: zij met mij. Ze sprak me zacht toe dat ik niet meer verdrietig hoefde te zijn. Ze vertelde me dat ik niet langer hoefde te huilen omdat het goed met haar was. Ze glimlachte vredig. Dat viel me op, dat ze vrede wás. Dat ze liefde wás. Ze voelde zo dichtbij dat ik haar warmte kon voelen. Ik probeerde tegen haar aan te schurken, zodat ik haar geur kon opsnuiven. Maar het leek alsof een zachte ring van energie tussen ons in zat die terugkaatste als rubber. We keken naar elkaar, ieder vanuit onze wereld terwijl de tijd stilstond. Ze zei: je mag me loslaten. Haar beeld vervaagde, maar haar nabijheid heb ik tot in de vroege morgen gevoeld.

Tjongejonge, na bijna achttien jaar kom je me een boodschap geven, grinnik ik in mezelf. Kennelijk betekent tijd iets heel anders in het hiernamaals.
Werd ze opgeroepen doordat ons nichtje – die uiterlijk enorm op haar lijkt – in háár mooie witte jurk die avond in mijn huis was? Opgesmukt voor een themafeest “Back tot the eighties” leek ze een reïncarnatie van mijn zus. Of zou het kunnen zijn dat door de dood van onze hond mijn innerlijke wereld meer dan ooit geopend is en ik daardoor haar boodschap kan ontvangen? Een andere mogelijkheid is dat ze zich toonde omdat ik het boekje van de Mexicaanse sjamaan Don Miguel Ruiz “Meesterschap In Liefde” aan het lezen ben. Een aanrader van mijn raadgever en inspirator filmregisseur Pim de la Parra, die me verzekerde dat het mijn leven zou veranderen.

Surinamers zeggen dat je mét iemand droomt, niet over iemand. Voor mij is er geen twijfel over mogelijk dat ik afgelopen nacht mét haar was.

Dromen mét iemand en andere Surinaamse overtuigingen en rituelen rondom de dood zitten inmiddels diep in mij geworteld. Tot de dood van mijn neef Lando – hij overleed bij de vliegtuigramp op 7 juni 1989 op luchthaven Zanderij in Suriname – had ik geen kennis van de Surinaamse rouw- en begrafenisrituelen. Na Lando volgden vele familieleden, waaronder mijn vader. In rap tempo leerde ik wat rouwen en verwerken was.

Heel andere koek dan ik tot dan toe gewend was van de Nederlandse gebruiken, zacht snikken in een zakdoek, met het hoofd naar beneden. Koffie en één plak cake achteraf. Soms nog een drankje en een bitterbal extra.

Surinamers laten van zich horen én ze willen overal bij eten. De avond vóór de begrafenis een singi neti, waar gezongen, herinnerd en gerouwd wordt. De begrafenis met het indrukwekkende dansen en ronddraaien met de kist op de schouders van de dragiman, Surinaamse dragers. De zevende en achtste dag na de begrafenis, sebi en ayti dey met al het eten dat de overledene lekker vond, tenslotte siksi wiki waarmee de eerste rouwperiode van zes weken wordt afgesloten.

Dat wil ik ook, na mijn heengaan een rituele wasi en daarna de hele rataplan. Tot het zover is probeer ik de dood los te laten, precies zoals mijn zusje mij influisterde.

Onze Carmen zou vandaag 14 augustus 54 jaar zijn geworden.

Boost van OPZIJ

Waar moet je beginnen als je uitgeroepen bent tot de winnaar van de OPZIJ literatuurprijs 2018?

Logischerwijs bij het begin. Het mijne is ooit gestart in 1963 op de Hoogte Kadijk, ongeveer drie jaar nadat mijn Nederlandse moeder en Surinaamse vader elkaar hadden ontmoet in de woelige uitgaansbuurt op de Amsterdamse Zeedijk. Precies op die hoogte, uitkijkend over het IJ dat in een warme oranje gloed stond na een tropisch warme dag, nam ik afgelopen dinsdagavond in tranen mijn prijs in ontvangst. Een halve bitcoin op een marmeren tegeltje in een chic houten doosje met daarop het opschrift “OPZIJ Literatuurprijs 2018”. Teder werd het in mijn handen gedrukt.

In een spannende vertelboog van twee minuten kondigde Marianne Verhoeven (hoofdredacteur van OPZIJ) de winnaar aan. Steeds meer prijsgevend wie het zou zijn. Uitdrukkingen als literaire kwaliteit, er valt ook wat te lachen, schurend, verbindend, vielen. Maar het kwartje viel niet. Pas toen ik hoorde: een titel die staat als een huis en, het is een debutant, begon het mij te dagen, ik zou het kunnen zijn.

En de winnaar is… stond te lezen op het scherm achter haar.

Gejuich en applaus stegen op, vanaf dat moment verliep alles in een roes en leek het alsof ik naar de belevenissen van iemand anders keek.

Achter mij stond zoonlief mij toe te roepen en lachend te filmen. Manlief keek me glunderend aan. Vriendinnen sloegen hun handen voor hun mond met de ogen wijd open gesperd van blijdschap. Franc Knipscheer mijn uitgever stráálde alsof ik zijn dochter was in plaats van een van zijn auteurs. Een ogenblik kneep ik mijn ogen dicht en schudde mijn hoofd om mijzelf ervan te verzekeren dat ik niet in een droom verkeerde. In aanloop naar deze dag, 3 juli, zag ik mijzelf steeds weer een selfie maken met mijn heldin Griet op de Beeck. Stiekem had ik haar als winnaar in gedachten. Ik liep naar voren en omhelsde de hoofdredacteur, Marianne. Zij hield het niet droog. Waar een winnaar is zijn er ‘verliezers’, toch leek het alsof iedereen een beetje gewonnen had zoveel mensen keken mij blij en enthousiast aan.

Anderhalve dag later begint het tot me door te dringen. Ik heb de literaire prijs van een toonaangevend feministisch blad in de wacht gesleept, een blad dat bij mijn moeder vroeger al op tafel lag. Als Surinaams-Nederlandse debutant. De bekendmaking maakte veel emotie los, niet alleen bij mij, ook bij het publiek.  Een warm bad van lovende woorden, felicitaties en aanmoedigingen om vooral dóór te gaan met schrijven viel mij ten deel. Ik vraag me af waarom de bekendmaking gepaard ging en gaat met zóveel emotie. Het thema dubbelbloed is kennelijk actueler dan ooit, of is het de boodschap dat je jezelf moet kunnen zijn, wie of wat je ook bent. Als een prop die uit de vulkaan schiet gaat het on- en offline helemaal los. Dubbelbloed triggert ongelofelijk veel mensen, honderden reacties, discussies en nieuwe volgers zie ik voorbijkomen. Een gedroomde boost waar ik van geniet en vooral intens dankbaar voor ben. Dank jullie wel! Gran tangi!

Rocco Rockt

Op 9 februari 2018 heb ik onderstaande column geschreven. Zo zie je maar weer dat alles wat je bedenkt werkelijkheid kan worden.

 

IK lees een emotioneel bericht over het afscheid van een trouwe viervoeter uit Egmond aan Zee. Oeschi, een Mechelse herder was een half jaar ouder dan onze Rocco. Het wanhopige verdriet van de schrijfster raakt me diep en een golf angst slaat door mijn lichaam, snel klik ik het bericht weg. Verslagen blijf ik zitten, rommel mezelf bij elkaar en weet dat ik mijn eerder bedachte blog op mijn buik kan schrijven. Het zit op mijn huid, de angst hem te verliezen. Hoe omschrijf ik het warme gevoel dat ik krijg wanneer ik hem als een wokkel gedraaid in zijn mand zie liggen, ongegeneerd met zijn poten wijd.  De vertedering als hij aan ons bed welterusten komt zeggen,  hij eerst zijn neus tegen manlief aanduwt en daarna tegen mij, altijd in die volgorde.

‘Lieve Rocciediepokkieschattepattat, welterusten,’ wens ik. Infantiele woorden die hem geruststellend in zijn grote witte oren klinken. Hij sjokt naar zijn mand, de nacht kan beginnen.

‘Dag mooierd,’ begroet ik hem slaperig op weg naar mijn ochtendplas. Hij ligt naast mijn bed. Met mijn tenen kroel ik over zijn rug. Zijn donkerbruine ogen zeggen: Ik ook van jou.  Zijn wenkbrauwen versterken de vele uitdrukkingen op zijn kop. Wij maken er een sport van in te vullen wat hij denkt: Moet het nou? Hahaha. Echt niet. Doe niet zo moeilijk. Ik wil nog niet naar huis. Het regent! Hoe vind je mijn stok? Laten we lol maken.

      Wanneer ik huil legt hij zijn kop aan mijn voeten, wanneer ik schrijf wijkt hij niet van mijn zijde, hij ploft zijn poot op mijn schoot als hij honger heeft. Trots kijken we hoe hij door de kamer sjeest met een tennisbal in zijn bek. “Onze Rocco, rockt”, zeggen we vaak tegen elkaar. We weten heus wel dat deze rocker volgens de statistieken elk moment kan omvallen. Dat gaat ons niet gebeuren, nog lang niet, Rocciedoggie gaat alle records verbreken, let maar op! De gedachte hem op een dag te gaan verliezen veroorzaakt kortsluiting in mijn kop, paniekerig duw ik de gedachten weg.
‘Wat moet ik zonder jou Roc,’ fluister ik soms en begraaf mijn hoofd in zijn dikke warme  vacht.

De laatste twee jaar breng ik meer tijd met hem door dan ooit. Een kers op de sabbaticaltaart en mijn huidige schrijversleven. Ik denk terug aan de zomer van 2016 waar we met zijn tweetjes vier dagen dagelijks 20 kilometer aflegden in het Limburgse land. Met mijn Rocco liep ik van hotelletje naar hotelletje. Een van mijn meest gelukkige vakanties.
Dat kan hij nu niet meer, denk ik opeens en een huivering kruipt langs mijn ruggengraat. Trouwens, hij slaapt erg veel de laatste tijd. ‘He, ouwe dibbes,’ zeg ik, steeds vaker, tegen hem. Met één oog kijkt hij me aan, trekt een wenkbrauw op en legt z’n kop met een zucht neer.

Rocco is op 5 mei 2018 heel plotseling overleden.

 

Vakantie in Limburg

 

De witte websites

De nieuwe website van Pulsar ziet er prachtig uit, wanneer ik het logo zie maakt mijn hart een sprongetje. De site oogt eigentijds, fris, kleurrijk en is in normale taal geschreven. Zinnen die raken en klinken als een heldere klok, de geitenwollensokkenklank is er eindelijk uit gesloopt. Toch heeft de site een vervreemdend effect op mij.

“Elk mens is van betekenis”, lees ik, destijds voor mij mindblowing net als het leren over leven vanuit je zelfbewustzijn. Het wordt mij pijnlijk duidelijk dat zelfbewustzijn blinde vlekken niet (vanzelf) opheffen. Scrollend door de site kom ik alleen witte mensen tegen die “model” staan bij de verschillende programma’s. En uitsluitend witte trainers en gasttrainers die de programma’s geven. Alles door en voor witte mensen, zo komt de boodschap op mij over, terwijl ik wéét dat ze dit niet beogen. Bij mijn terugkoppeling waarin ik aangeef dat het wel heel wit is  kreeg ik antwoord: “Tenzij we foto’s van jou plaatsen!” Ik ben niet de enige die het opvalt. Een van de trainers appt me…”Tja Chica, de nieuwe website…nog geen dubbelbloed of multiculti” met een…”Die tijd gaat nog wel aanbreken!” er achteraan.

De nacht heb ik woelend doorgebracht. Hoe kan het dat mensen die zo dichtbij mij staan zich zo veraf van mij profileren?

Tijdens mijn meditatie in de vroege morgen verschijnt mijn intentie op mijn netvlies: God, geef mij de kracht van de woudreus én laat mij de liefdevolle spiegel zijn. Nou, lekker dan. De stem van mijn leraar klinkt in mijn hoofd: waar je oog op valt is van jou. Check. Daar moet ik het mee doen vandaag.

Ik zoek andere websites van opleidingen op het gebied van transformatie en verandering. Grote namen zoals De Baak en Phoenix kom ik tegen maar ook minder bekende bureaus. Ik stuit op een middelgrote organisatie  die zelfs een reis naar Marokko als onderdeel van hun opleiding voor verandercoach aanbieden. Op geen van deze sites is kleur van enige omvang te bekennen. Allen spreken ze over een betere wereld, de veranderende maatschappij en dat verandering alleen werkt van binnen uit….

nergens is enige diversiteit te bekennen, noch trainers noch op directie niveau.

De woudreus richt zich op. Mijn zwiepende takken zullen hier en daar striemen veroorzaken, maar mijn bladerdak wil het licht op de zere plek toelaten. De witte websites beseffen niet dat ze onbewust aan uitsluiting doen simpelweg omdat ze in hun beeldvorming niet uitnodigend zijn voor andere culturen. Oude pijn van uitsluiting, er niet bij horen, nooit goed genoeg zijn,  vlamt op uit koude as. Goddank kan ik inmiddels  het onderscheid maken tussen mijn pijn en de naakte realiteit van vandaag. Er is werk aan de winkel. Er ligt een kans voor mijn favoriete opleiding en de programma’s waaronder het niets overtreffende van de Inspiratieweek https://pulsarinspireert.nl/aanbod/de-pulsar-inspiratieweek/ die mij zo na aan het hart ligt. Zij kunnen bewust kleur en diversiteit omarmen, juist omdát ik in hun midden ben. Ontkennen of uitstellen is geen optie. Dat voelt als een grote verantwoordelijkheid. Maar een woudreus kan niet anders en hoopt dat de spiegel zijn werk doet.

Perfecte dag

Met mijn oortjes in op mijn mediatie kussentje ga ik ervoor zitten. Op goed geluk heb ik een ochtendmeditatie geselecteerd van You-tube, getiteld “De Perfecte Dag”. Precies wat ik nodig heb aangezien mijn dag om vijf uur in alle onrust met echtelijk gekissebis is begonnen. Het panfluitmuziekje maakt me kalm, alleen al door het feit dat ik deze tijd voor mezelf neem. Ik wiebel op mijn zitbotjes heen en weer en geef me over.  De stem fluistert: “…Adem in…” De frisse lucht prikkelt mijn neus en longen. “…en uit, hélemaal uit.”
Mijn handen leg ik op mijn buik en laat deze goed opbollen en trek hem weer zo plat als mogelijk in.

“Hoe ziet jouw perfecte dag eruit? Wat heb je nodig voor een perfecte dag? Adem in…”
En ja hoor, daar gá ik, treetje voor treetje daal ik af naar mijn zielenroerselen. Tot de stem zalft: “…Voel je dan bijvoorbeeld de zon op je gezicht en hoor je vogeltjes fluiten? En wat is je humeur?…”

Hé, laat me nou zelf mijn perfecte dag invullen, denk ik geërgerd. Ongewild hobbel ik een tree of wat naar boven, afgeleid door de fantasieën van de stem. Ik concentreer me op mijn hart. Dat helpt. Opnieuw laat ik me meevoeren op de tingeltangelfluit  en vind mijn ademritme.

“Ontspaaan, voel waar jouw ontspanning in je lijf  zit en breidt dit gebied uit…”

Dat spreekt me aan, ik doe wat ze zegt. Het moet toch lukken, het gaat lukken. Ontspannen. Een makkie. Net als ik bijna aankom bij mijn buik, waar de oase van ontspannenheid  op mij ligt te wachten, vraagt de stem:

“Hoe voelt het nu je weet dat dit je perfecte dag gaat worden? Neem je tijd om op te staan.”

Húh? Ik ben al uren wakker tuttebel! Zo kom ik natuurlijk nooit aan mijn eigen visualisatie toe. Mijn beeld van een perfecte dag is namelijk lekker zoenen met mijn liefde, wandelen en spelen met Rocco, gefocused een stukje schrijven, een yoga oefening doen om 12 uur. Daarna mijn boekpresentatie voor Suriname voorbereiden. Op mijn perfecte dag, kus ik hier of daar nog een paar (klein)kindjes gedag krijg ik een lachbui en maak ik een pot stoofvlees. Ook al eet ik zelf geen vlees. Manlief heeft warme stevige kost nodig. En begrip van zijn vrouw dat de vliegangst hem nu al naar de keel grijpt. Dat scheelt een hoop gekissebis.

“Laat je meer ontspanning toe…” Een kromme zin. Maar ik begrijp wat de stem bedoelt. Het is een perfecte dag, nu al.

Verliefd op Britt

Ik ben verliefd. Op Britt.  Ze zegt waar het op staat en dat vind iedereen leuk. Achter haar laat de camera lachende mensen zien. Ze schudden hun geëngageerde hoofden en dikke buiken van de lach. Het lachen om Britt is een mengeling van arrogantie en ongemak. Britt is wars van hoe het hoort, ze doet hoe het bij háár hoort. Vaag herinner ik me dat ze ooit openlijk werd uitgelachen, tenminste zo leek het. Dat kwam omdat zij dingen durfden te zeggen waar anderen voor in hun broek poepten. Britt fungeert wat dat betreft als een grote lachspiegel. Regelmatig was ze te gast in diverse tv en radio programma’s, uiteindelijk werd ze stilletjes afgevoerd. Niemand merkte er iets van. Na de publiekelijke kruisiging van de vleesgeworden Barbie Samantha dachten ze op een redactie; hé hoe zou het eigenlijk met Britt zijn?  Ze trokken haar uit de paardenstal en… She Is Back!

Blonde Britt lacht haar spierwitte tanden bloot en veegt onbedoeld de vloer aan met de beroemdste presentator van Nederland. “Persoonlijk vind ik een hart opereren veel knapper dan een programma presenteren”. Zij heeft haar hart op de tong. Terwijl Prem voor zijn beurt schreeuwend  zijn visie geeft over de nieuwe donorwet, veegt Britt in één minuut zijn mening van tafel. Uit het leven gegrepen verteld ze dat haar vader al zes levens gered heeft met zijn organen. Zes! Drie keer raden welke boodschap indringender binnen komt. Ze begrijpt precies waarom mensen liever lui dan moe zijn, dat heeft ze zelf ook dat ze de belasting- en boete enveloppen te lang laat liggen. Met een donorcodicil is dat niet anders, aldus de natural woman. De studio ligt plát van het lachen. Mijn bewondering voor haar stijgt met de minuut en ook ik  gier het uit, zij durft! Ze waarschuwt voor haar emotie: “Ik weet niet of ik erover kan vertellen hoor, het maakt me nog steeds erg verdrietig en dan kan ik gaan huilen.”  De presentator luistert met een uitgestreken gezicht. Er doemen flarden herinneringen in mij op, één daarvan is dat ze de God van de NPO bijna smeekte of ie ergens wilde komen kijken of haar nog een keer wilde uitnodigen, zoiets. “Nee, ik kom niet”, zei hij destijds onverbiddelijk. Britt keek verdrietig en gekwetst. Dat was de laatste keer dat ik haar op het scherm gezien heb.

Nu is ze, béng,  in mijn hart gesprongen, wat een vrouw. Voor niemand bang, en ook nog behept met het paardenvirus. Wat wil ik nog meer? Ik zou willen dat Britt een vette middelvinger geeft, niet per ongeluk maar expres. Omdat, als het zo uitkomt ze als paarlen voor de zwijnen weer even dienst kan doen.

Lieve Britt, jij hebt weer laten zien dat je uniek authentiek bent in het media landschap. Laat ze lekker ronddrollen in hun eigen bange poepenbroekjes. Je hebt ze allemaal een paardendrol laten ruiken en dat is vet cool. Je vader zou trots op je zijn. En, je hebt er een fan bij, voor het leven. Beloofd.

 

Onguur windje

  • Ik loop naar het brood dat om deze tijd nog lauw in de schappen ligt, er is iets gaande in “mijn Appie”. Een man van een jaar of dertig, in een oubollig streepjespak spreekt een winkelmedewerker aan terwijl hij hem een ferme hand geeft.

‘Daarom kom ik onverwachts binnenlopen, om alvast kennis te maken en te kijken hoe het hier gaat, snap je?’, spreekt de dertiger. Hij is duidelijk in zijn nopjes met zijn aanpak en zichzelf. Met gel heeft hij zijn  blonde haren strak getrokken, op zijn neus een hippe veel te grote vierkante bril.

De jongen, Ahmed staat er op zijn blauwe jasje, lacht beleefd tegen zijn onverwachte bezoeker, kennelijk zijn nieuwe manager.

‘Nee, nee natuurlijk, prima hoor, wat wilt u weten?’

Wat zou hij anders moeten zeggen, denk ik.

Aangekomen bij de kassa hoor ik de vierkante bril nog bezig met zijn profileershow: “O ja, wat ik óók nog wil weten….“ zegt hij met luide stem, en loopt zonder te kijken of de jongen hem volgt weer terug de winkel in. Ahmed moet de nodige moeite doen om zijn snelle pas te volgen, ik voel medelijden met de jongen die zo zijn best doet om het zijn meerdere naar de zin te maken.

Nu nog een krantje en dan snel naar huis om te schrijven. Achter de counter staat Fatima, ze draagt een inktzwarte hoofddoek. Haar gezicht steekt er bleek bij af. Tot nu toe verraste ze mij met hoofddoeken in de meest uiteenlopende kleuren en prints. Felroze bloemen,  tropische groen, kanariegeel met abstracte figuren, strepen in alle kleuren van de regenboog.

Deze hoofddoek oogt niet bepaald opgewekt.

‘Hé, geen vrolijke hoofddoek vandaag?’ vraag ik voorzichtig.

‘Nee, dat mag niet meer.’ Ze lacht verlegen.

‘Mag niet meer? Is er iets met je familie? Ben je in de rouw?’

‘Gelukkig niet, heel veel klanten dachten hetzelfde maar van hier mag het niet meer.’

‘Bedoel je dit filiaal of landelijk?’

‘Dit filiaal, ze hebben gezegd dat ik alleen nog een zwarte of blauwe hoofddoek mag dragen.’

Fatima kijkt gekwetst.

‘Ik werk hier al meer dan twintig jaar, ik heb gezegd dat ik het er niet mee eens ben. Zelfs klanten hebben een klacht ingediend en nou mag ik er niet meer over praten, daar kan ik last mee krijgen, hebben ze gezegd.’ Snel scant ze de winkel met haar ogen. Mijn navel spant zich aan, door de golf boosheid die vanuit mijn buik omhoog komt over dit staaltje machtsmisbruik en misplaatste bemoeizucht. Fatima kijkt angstig naar mij. Mijn opwinding kan haar alleen maar last bezorgen.

‘Het is echt zonde’,  verzucht ze, ’ik heb wel 80 verschillende hoofddoeken in de kast hangen. Na een korte pauze vervolgt ze met ondeugende blik: ‘Als ik over een paar jaar ergens anders werk, dan doe ik weer lekker mijn gekleurde hoofddoeken op hoor!’ Ze kijkt mij stralend aan.

Met een knoop in mijn buik loop ik de winkel uit. Een ongure wind waait in mijn gezicht.

Cadeautjes Oma

Al heel lang ben ik cadeautjes-oma. Dat begon in 2002, tijdens mijn eerste huwelijk op de 22e van de 2e maand, toen mijn stiefdochter, de halfzus van zoonlief, moeder werd van twee jongetjes. Daarna kwam er een poosje “niets”. Ik ontmoette mijn nieuwe man met zijn drie kinderen. Voorlopig te jong en daarna te druk om zelf een nieuwe generatie op de wereld te zetten. Tot onze tweede trouwdag in 2008. We hadden ons net romantisch genesteld op een zachte loungebank in een klein hotelletje. Na een urenlange fietstocht over de herfstige Veluwe. Een knetterend haardvuurtje. Toen verscheen een berichtje op het mobieltje van manlief: ‘Het kan elk moment gebeuren!’

Read More

(No) Spirit

Terwijl mijn smartphone 1400 hours aanwijst, ik drie vriendinnen (drie!) op slinkse wijze heb lastig gevallen met mijn gepiep, alles gedaan heb om niet te doen wat ik me voorgenomen had, twee keer met de hond heb gelopen, één keer naar het park en één keer naar het bos, waxinelichtjes heb aangestoken, appjes schrijf (ik wilde net het klote ding uitzetten toen er apps binnenkwamen, dat is trouwens niet waar, die appjes waren er al en hadden ook later beantwoord kunnen worden, of niet) ik nog één cappucinootje maak, zet Stevie Wonder mij met een magische vraag terug op mijn pad. “Where is my spirit…I’m nowhere near it…” Nee inderdaad. Mijn hart klopt, ik adem dus ik leef maar mijn spirit is in geen velden of wegen te bekennen.

Read More

#zijniet

Kan ik nog iets toevoegen aan #metoo? Als het aan Hanneke Groenteman ligt niet. Aan Matthijs’ tafel liet ze weten dat de actie haar deed denken aan de zwartepietendiscussie. “Het waaiert zo uit, het gaat alle kanten op”.  Ze fladderde onbestemd met haar handen en zuchtte diep om haar irritatie kracht bij te zetten. Ik was verbijsterd. Hadden haar brains ook aan gewicht verloren? Natuurlijk, het fenomeen zwarte piet is natúúrlijk niet racistisch. Althans, dat ís het wel, maar onbedoeld. Een doordenkertje dat ook aan #metoo voorafgaat: Ik jou verkracht? Dat is dan onbedoeld,  ik vond je gewoon leuk! Inmiddels weet iedereen: er is geen vrouw en ook steeds meer geen man die niet een metootje kan memoreren.

Read More

Dove ellende

Dove heeft maar één doel en dat is geld verdienen en aandacht krijgen voor hun merk. Dat is ze in elk geval goed gelukt. Toen ik de post over de spraakmakende campagne deelde schreef ik er bij: “Hoe verzinnen ze het…!”  Come on people! Een paar heeeeeele slimme reclame mensen die bedenken, weet je wat…. En met zijn allen hebben ze zogenaamd géén idee wat voor effect dat zou kunnen hebben. Ammehoela! Hoe dan ook, ík kreeg er een heel slecht en naar gevoel bij. Wat is dit voor fuckerige platte boodschap? Ik zie een vrouw met zo’n beetje mijn huidkleur iets uittrekken en dan transformeren in een witte vrouw. Dat geeft mij in elk geval geen impuls om naar de winkel te rennen voor een flesje badschuim. Integendeel de witte fles die ik in de badkamer had staan heb ik weggeflikkerd. 

Read More

In het bloed

Op tv volg ik een college over de ongrijpbare tijd. De populaire wetenschapper, oreert als een Amerikaanse prediker met een overdaad aan beeld en bombarie over de oerknal, miljoenen lichtjaren, ingenieuze zonnestelsels en de onmetelijke Melkweg, die elk verstand te boven gaan. In elk geval het mijne. Het is het besef van nietigheid, dat we in het hele hemelrijk kleiner zijn dan een mier, wat mij soms angstig maakt. Ik bedoel, één hak, kroetsj, en je bent wég. Toch vergelijken wij mensen onszelf niet met een mier en dat vertellen we zeker niet aan onze kinderen. Grootse dingen kunnen ze bereiken. “Je kunt álles, als je maar wil”, daarmee een kind voor de rest van zijn leven het juk van prestatiedruk omhangend.

Read More

The biggest adventure you can take is to live the life of your dreams.

Oprah Winfrey

Is er leven na een sabbatical

Ik ben een slons, “a slob.” Sinds een tijdje loop ik nog uitsluitend rond in mijn grijze “onesie” van zachte joggingstof. Inmiddels weet ik niets leuks meer te vinden in mijn kast of mijn kledingstukken zijn zo hopeloos ouderwets dat ik mezelf snel weer in mijn huispak hijs, waaronder mijn wollen sokken gestoken in mijn Spaanse pantoffels.

Read More