Codeswitch

Dubbelbloed “All over the world!”

Een serie gesprekken met dubbelbloeden, binnen en buiten de landsgrenzen

Niet alles kan worden verteld noch gevraagd. Het zijn de ‘leegtes’ die een ander soort verstaan vereisen. Dat van liefde en respect. Antwoorden noch inzichten laten zich afdwingen.

 Codeswitch –  door Etchica Voorn

In gesprek met Michael Hiwat (1964) Michael heeft een Surinaamse vader en een Nederlandse moeder. Hij is fanatiek koorlid van het Surinaamse Maranatha Mannenkoor. In het dagelijks leven werkt hij als Oceans and Wildlife Officer bij WWF Guianas.

Michael is een Surinamer op vakantie in Nederland. Of, is hij een Nederlander die in Suriname woont? We ontmoeten elkaar in een touringcar onderweg naar Zweden. Het Surinaamse mannenkoor Maranatha is aangekomen in Amsterdam. Vanuit de hoofdstad zet het koor de reis voort met een dubbeldekker bus om deel te nemen aan het International Choir Festival in Gotenburg. Ik heb het geluk mee te mogen reizen met dit bonte gezelschap.

Michael is een dubbelbloed. In de Surinaamse volksmond wordt hij ‘redi nengre’ genoemd, wat rode neger betekent. Tenenkrommend voor mij, voor Michael blijkt het n-woord heel gewoon. Net als negerzoenen, ooit maakte hij handig gebruik van deze traktatie om meisjes een kus te kunnen geven. Hij draagt een volle grijze baard gelardeerd met zwarte draden die herinneren aan zijn originele haarkleur. Zijn haar is gevlochten in coole cornrows. In zijn ronde gezicht met bolle wangen liggen twee vriendelijk kijkende ogen. Opvallend detail aan zijn kleding; hij draagt een Hawaii blouse en zwarte klompen. “Die draag ik altijd,” vertelt hij later, “ze zitten gewoon lekker.”
Zijn spreekwater kent geen stroomversnellingen, soms vallen er lange stiltes. Maar dat belemmert ons openhartige gesprek niet. Achter zijn rustige persoonlijkheid schuilt een scherpe criticus. Er ontspint zich een verrassend interview waarin veel gelachen wordt.

Waar stond je wieg?
Ik ben geboren op 19 december 1964 in Rotterdam in het Dijkzigt ziekenhuis en opgegroeid in de Alexanderpolder. Het waren de beginjaren van een nieuwbouwwijk die uit de grond gestampt werd. Wij waren een van de eerste bewoners.

Hoe ben je opgegroeid?
Tot mijn zesde jaar woonde ik in deze wijk in Rotterdam. Ik herinner me nog de uitgestrektheid, veel huizen moesten nog gebouwd worden. Je kon er goed buiten spelen maar het waaide er áltijd.

Waar stond de wieg van je moeder
Ook in Rotterdam.

Welke eigenschap heb je echt van haar?
Poe, moeilijke vraag. Zij wil graag mensen om zich heen hebben en dat het hen aan niets ontbreekt. Haar huis staat altijd open voor iedereen, daarin herken ik mezelf.

Waar stond de wieg van je vader?
Mijn vader is geboren in Paramaribo, Suriname.

Welke eigenschap heb je echt van hem?
Prompt: Het dominante heb ik van mijn vader. Ik bepaal graag hoe de dingen gaan. Eerlijk gezegd probeer ik dit soms ook op te leggen aan anderen. Hij lacht een guitige lach. Mijn kinderen zullen dit vast beamen.

Opgroeien
Mijn ouders hebben elkaar ontmoet in 1962 in Nederland. Mijn moeder werkte bij een boekhandel, waar mijn vader vaak kwam in verband met zijn studie Engels. Mijn moeder hielp hem met zijn boekenlijst. Zo hebben ze elkaar leren kennen en zijn verliefd geworden. Ze trouwden en maakten een sliert kinderen. Ik groeide op met vijf broers en één zus. De kleuterklassen heb ik nog in Nederland gedaan, in 1971 emigreerden we naar Suriname.

Als de dag van gisteren herinner ik me de aankomst op Zanderij, hoe we werden opgehaald door m’n opa met een VW-busje. Het huis van mijn opa en oma en daarna de verhuizing naar ons “eigen” huis. In Nederland kwam er altijd veel Surinaamse familie over de vloer. Mijn opa en oma hebben ook een tijd bij ons in Nederland gewoond, dus in Suriname – toen ik iedereen weer terugzag – voelde alles direct heel vertrouwd aan.

Wanneer werd je bewust van je kleur? En wat was de aanleiding?
Dat zal ik nooit vergeten! In de kleuterklas werd ik uitgescholden voor Zwarte Piet. Eerst begreep ik het niet. ZP was zwart en ik bruin dus dat klopt toch helemaal niet? Toen het tot me doordrong waarom ze mij zo noemden, voelde ik me gekwetst. Het was een shock voor me en het is me altijd bijgebleven.

Een andere schok ervaarde ik tijdens mijn stage in Kenya. Ik werd daar gezien als een witte man. Na schooltijd liepen er altijd kinderen achter me aan, roepend: Mzungu. Dat was confronterend. Pas als ik ze een foto liet zien van mijn vader, geloofden ze dat hij donker was. Jammer genoeg heb ik niet een deel van Afrika kunnen bezoeken waar dubbelbloeden een onderdeel van het ‘normale’ straatbeeld zijn. Dan had ik kunnen ervaren of ik daar wel als een van hen zou worden geaccepteerd.

Deze ervaringen hebben mijn keuze versterkt om na mijn studie in Nederland, terug te keren naar Suriname. In Nederland word ik bestempeld als zwart, in Kenya als wit. In Suriname kan ik zijn wie ik ben!
In zowel Nederland als Suriname werd ik weleens halfbloed genoemd. Dat vond ik nooit prettig. Laat ik het zo zeggen: daar gingen míjn tenen van opkrullen. Ik ben héél. Ik ben niet half. Het wordt ook als minderwaardig beschouwd, het is maar een halfbloedje.

Het leuke is, ik merk dat het woord dubbelbloed wordt overgenomen. Ik was pas bij vrienden in Roermond en daar hadden we er een discussie over. Iedereen was het erover eens dat halfbloed niet meer van deze tijd is. Dubbelbloed is in feite nog een stapje hoger en ik maak daar nu grif gebruik van.

Hoe doe je dat dan?
Ik kan met gemak van de ene naar de andere cultuur switchen. Het codeswitchen, daar heb ik gewoon een voordeel aan.

Wanneer gebeurt dit?
Ik zal het in Nederland niet in mijn hoofd halen om een bakkerij binnen te stappen en te zeggen: “Geef me een halfje grof volkoren.” Terwijl de gebiedende wijs in Suriname heel gewoon is, daar bestel je wel zo je brood of wat dan ook. Zo zou ik legio voorbeelden kunnen geven. Bijvoorbeeld de uitdrukking aankakken. Dat zeg ik alleen tegen Nederlanders. Tegen een Surinamer zou ik nooit zeggen “kom je nu pas aankakken”. Ik zou direct zeggen, now fosi yu e doro. Nederlands komt er niet eens aan te pas.

Ik kan moeiteloos andere uitdrukkingen gebruiken en me aanpassen aan andere gewoonten. Codeswitch is bijvoorbeeld ook dat ik zeg ja joh, dat is typisch Nederlands. In SU zeg ik ay boy!

In hoeverre doet je kleur mee met jouw identiteit?
Als mijn Nederlandse neefjes mij voorstelden aan vrienden dan was de reactie steevast: hou op, dat kan niet joh! (doet typisch Nederlands accent na) Als ik mijn Hollandse neefjes in Suriname zou voorstellen, zou niemand ervan opkijken. Surinamers zijn gewend aan verschillende vermengingen.

Je zou dus kunnen zeggen dat Surinamers meer ingesteld zijn op gemêleerde mensen terwijl de vooroordelen in Suriname over de verschillende bevolkingsgroepen pittig zijn.

Michael knikt instemmend.

Ja, daar heb je gelijk in.

Als ik in Suriname ben, blijf ik “die bakra”.

Op besliste toon:
Dat komt door je spraak (aarzelt) en door je houding. Dat bepaalt hoe je overkomt. Ik maak me daar zelf ook schuldig aan hoor, dat moet ik je eerlijk bekennen. Dan kom ik mensen zoals jij tegen en dan zeg ik, kijk daar heb je weer wat bounty’s. Maar als je dáár zou wonen, en je gaat anders praten en je anders kleden enzovoorts… Kijk, ik heb het voordeel dat ik die switch kan maken. Als ik zou willen kan ik plat Rotterdams praten. Maar ik kijk wel uit om dat in Suriname te doen, dan word ik ook direct in de categorie van bounty gestopt.

Kun je te ver gaan in het aanpassen, wie ben jíj?

Ik ben Michael en geen kuddedier. Met bepaalde dingen zal ik me conformeren maar ik bén absoluut géén conformist. Daarom loop ik ook op klompen, ik ben een van de weinige Surinamers die op klompen loopt.

Is dat niet een typisch Nederlands ding?

We barsten in lachen uit. Michael vervolgt: Hetzelfde geldt voor het maken van afspraken. Als je in Nederland een afspraak hebt om negen uur dan kom je niet om half tien. Mijn zoon was een keer drie minuten later bij de gemeente. Hij moest een nieuwe afspraak maken, hij zei “maar je hebt toch iemand anders geholpen in de tijd dat ik er niet was. Dan kan je mij nu toch helpen?”
In Suriname zegt een laatkomer: ik ben een beetje laat… onderweg was er even iets misgegaan… Maar je wordt gewoon geholpen.

Op welke plek voel je je het meeste thuis? En wat is thuis voor jou?
Suriname is mijn thuis maar ik voel me prima in Nederland.

In wat ben jij typisch Surinaams?
Ik ga gewoon langs bij mensen en dan zie ik wel of ze thuis zijn. Ik hou er niet van om een afspraak te moeten maken om vrienden of familie te zien.

In wat ben jij typisch Nederlands?
Ons bin zuunig, dat is echt het Nederlandse, Zeeuwse bloed dat door mijn aderen stroomt. Je kunt rustig zeggen dat ik op de penning ben. Ik ga bijvoorbeeld niet met de bus of met de auto als ik kan lopen.

Ik nam deel aan een ontbijtdialoogtafel op 1 juli Keti Koti en moest kiezen of ik wit of zwart was, in verband met de tafelsetting. Wat zou jij doen?
Dat hangt af van de organisatie en waarom ze de splitsing maken tussen wit of zwart. Ik zou waarschijnlijk kiezen voor zwart, maar als ik tegen schenen zou willen schoppen dan kies ik wit .

Heb je een dubbelbloed blooper?
Ik zou het echt niet weten.

Ook na lang aandringen, kan Michael zich geen blooper voor de geest halen. Het codeswitchen is zijn tweede natuur geworden. Net voordat ik het gesprek wil afronden, wil Michael heel graag nog iets zeggen over de zwartepieten discussie.

Het sinterklaasfeest is in Suriname afgeschaft na de onafhankelijkheid in 1975. We hebben Kinderdag als alternatief, kinderen krijgen allemaal een cadeautje. Soms speelt de commercie nog in op Sinterklaas. Gefocust op de mensen die uit Nederland komen. Maar daar komt geen zp in voor.

Hoe kijk jij tegen die discussie aan?
Die figuur is niet nodig voor dat kinderfeest. Het is er later bijgevoegd in de 19e eeuw. Net zo gemakkelijk kun je het weer weghalen. Een hele groep mensen blijft eraan vasthouden omdat er iets van ze wordt ontnomen. Misschien zijn het wel dezelfde mensen die mij vroeger als kind nariepen…en dan toch volhouden “maar ik ben niet racistisch”. Zwarte Piet houdt een koloniaal beeld in stand. Het is passé.

Maar als je dit zegt, wil ik toch nog even terugkomen op het n-woord. Hoe kan het dat je het n-woord accepteert als je weet wat de oorsprong van het woord is?
Omdat het voor mij geen beladen term is. Ik zie het niet als een scheldwoord net als ingi (Sranantongo voor indiaan). Het zit in onze taal. ‘Nengre’ zit in veel woorden verwerkt in het Sranantongo.

Zou je kunnen zeggen dat het Sranantongo als taal kan emanciperen op dit punt?
Ja, ik denk dat je daar een punt hebt. (Michael trekt een peinzend gezicht)Toch denk ik niet dat nengre gaat veranderen. Zoals het negro in Brazilië. Of nègre in Frans Gyana. De houding en de manier waarop het gebruikt wordt, is natuurlijk wel van belang. En sommige stereotypen kunnen natuurlijk niet meer zoals vroeger in de boekjes van Sjors en Sjimmie.

Dan héél fél:

Zoals in Amerika, tot op de dag vandaag worden zwarte mensen onderdrukt. Wat Trump laatst beweerde over notabene democratisch gekozen senatoren is absurd! Ga maar terug naar je land. Vooral voor die ene senator (Kamala Harris red.) ze is half Indiaas en half Jamaicaans, naar welk land moet ze terug? Ze is een dubbelbloed!

 

 Michael Hiwat

 

Altijd als eerste de nieuwste blogs lezen? Abonneer je op het dubbelbloed blog. www.dubbelbloed.eu/abonneer/

Bestel hier een exemplaar van Dubbelbloed!

You may also like